U bent hier: Home Database Oorkonden

Lijstweergave

Totaal 25 oorkonden
1222 september

Hendrik I, hertog van Brabant, sluit met Willem van Horn een overeenkomst over de twee betalingstermijnen van 300 mark Keuls die hij hem verschuldigd is voor het allodium Helmond en andere goederen in de Peel en belooft hem inzake de voogdij over goederen van Echternach een leenman te schenken. Dirk III, heer van Altena, staat borg voor de hertog.

1240 oktober 9

Dirk III, heer van Altena, geeft aan de kaulieten van Sint-Elisabethsdal te Nunhem het derde deel van de tiend van Maasbree met het patronaatsrecht van de kerk aldaar, zeventien bunder land te Stevensweert, een jaarlijkse cijns van twaalf malder graan, een jaarrente van dertig schelling Keuls uit zijn land te Heel en een halve mark uit de kleine tiend van Maasbree voor kleding, een jaarrente van 30 schelling Keuls uit zijn visrecht te Woudrichem voor de aankoop van wijn en 2000 haringen aldaar, een bunder weiland te Kessenich voor het onderhoud van paarden en zijn aandeel in het patronaatsrecht van de kerken van Waldfeucht en Braunsrath. Tevens wijst hij Sint-Elisabethsdal met alle aangehorigheden toe aan de kaulieten, evenals het gehele bos daar dichtbij gelegen en schenkt hun het eeuwig gebruik van het bos Roghelabroc en Ghesthele, en van de gemene gronden van Buggenum, Nunhem, Roggel en Haelen.

1242 juni

Hendrik, proost, Wolfram, deken, en het kapittel van Oudmunster te Utrecht geven na de dood van Dirk van Altena aan Willem I van Horn, zijn opvolger in Altena, de goederen (in het land van Altena) die Dirk van hen in pacht hield, tegen een jaarlijkse pacht van 26 mark Keuls. Na de dood van Willem zal zijn wettige erfgenaam tien pond Utrechts betalen voor de ontvangst van deze goederen en de hernieuwing van dit privilege.

(1242 maart 13 – 1253 juni 22)

Willem I, heer van Horn en Altena, patroon van de kerk van Kortessem, bepaalt dat het jaarinkomen van een overleden kanunnik het daaropvolgende jaar voor de ene helft moet worden aangewend voor de aankoop van boeken en kerkelijke versierselen en voor de andere naar de kerkfabriek gaat. (Deperditum)

1253 juni 23

Gerard, aartsdiaken en waarnemer van Hugo, bisschop-elect van Luik, en meester Reinier, kanunniken van Tongeren, vaardigen op verzoek van Hugo, kardinaal-priester van Sancta Sabina, apostolisch legaat, naar aanleiding van hun visitatie een aantal statuten uit voor het kapittel van Kortessem en bepalen onder meer dat het gebrek aan boeken zo snel mogelijk moet worden opgeheven door het jaarinkomen van een overleden kanunnik gedurende een jaar voor de helft te besteden aan boeken en kerkelijke versierselen, zoals eerder vastgelegd door Willem I, (heer) van Altena en Horn, patroon van de kerk van Kortessem.

1259 maart 21

Willem I, heer van Altena, erkent dat hij de tienden van Woudrichem en Andel en de helft van die van Giessen uit gunst en niet rechtens houdt van proost, deken en kapittel van Oudmunster te Utrecht voor de duur van zijn leven of van dat van de proost, met de bepaling dat proost, deken en kapittel een eventueel tekort in hun overige goederen uit die tienden mogen aanvullen.

1262 oktober 26

Meester Reinier, scholaster van Tongeren, provisor van Hendrik II (van Leez), bisschop van Luik, beslecht de geschillen tussen Willem I, heer van Altena, proost van de kerk van Kortessem, en deken en kapittel van Kortessem.

1263 januari

Otto II, graaf van Gelre, beleent Willem I, heer van Altena, met de tiend, de bijbehorende lage rechtsmacht en het dijktoezicht van Rodengooi en staat hem toe om dit behoudens de hoge rechtsmacht aan de abdij van Villers in cijns over te dragen.

 

1263 oktober 13

Willem I, heer van Altena, en zijn echtgenote Heilwich verkopen met instemming van Willem, hun eerstgeborene, aan de abdij van Villers de tiend van Rodengooi met het dijktoezicht en de lage rechtsmacht, die zij in leen hielden van de graaf van Gelre, alsmede de tiend van Schalkwijk met het dijktoezicht en de lage rechtsmacht tegen een jaarlijkse cijns van een gouden penning en drie schelling Leuvens, te voldoen te Woudrichem. De hoge rechtsmacht te Rodengooi en Schalkwijk blijft in handen van respectievelijk de graaf van Gelre en de heer van Altena.

1264 oktober 1

Willem I, heer van Altena, en zijn echtgenote Heilwich maken bekend dat zij onder voorbehoud van de hoge rechtsmacht de tiend en goederen te Schalkwijk met het dijktoezicht, eertijds door Dirk Borchman en zijn echtgenote Gisela van hen in leen gehouden, alsmede de helft van de tiend van Rodengooi met de lage rechtsmacht en het dijktoezicht, onder voorbehoud van de hoge rechtsmacht door Otto II, graaf van Gelre, aan Willem en Heilwich in leen gegeven, met instemming van de graaf verkocht hebben aan de abdij van Villers tegen een jaarlijkse cijns van een gouden penning en drie schelling Leuvens, en dat zij eveneens de grond te Schalkwijk, die ridder Arnoud van Giessen van hen in leen hield, samen met de bijbehorende tiend, de lage rechtsmacht en het dijktoezicht overdragen aan de abdij van Villers. Alle genoemde goederen te Schalkwijk en Rodengooi zullen vallen onder het rechtsgebied van Woudrichem.

Document acties