U bent hier: Home Database Oorkonden

nr. 1260.05.29(na 1260.04.01)
1260 (april 2 - vóór eind mei 1260)

Jan I, heer van Cuijk, vidimeert en bevestigt de schenking door zijn vader Hendrik III, heer van Cuijk, van diens aandeel in het patronaatsrecht van Beesd aan de abdij Mariënweerd.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschriften

[B]. (vóór 23 mei 1265), niet voorhanden, maar bekend uit een vidimus voor de abdij Mariënweerd d.d. 23 mei 1265, waar een verwijzing staat naar een cartularium: ut supra in isto eodem folio, alsmede uit een vidimus d.d. 1302.05.18: litterarum seriem infrascriptam religiosorum virorum .. abbatis et .. conventus monasterii Beate Marie in Insula, ordinis Premonstratensis, antiquo registro quorundam suorum privilegiorum insertam vidimus. − C. 1346, Brussel, KB, hs. nr. 17904-17906 (= cartularium van Mariënweerd), fol. 8r (oude folio 6r), onder het opschrift: Beesde, en de rubriek: Confirmatio iuris patronatus ecclesie de Beesde per Iohannem, dominum de Kuuc, mogelijk naar [B].

Uitgave

a. Sloet, OGZ, 806-807, nr. 825, naar C.

Regest

De Fremery, Cartularium Mariënweerd, 55-56, nr. 74.

Onechtheid

Deze oorkonde is één van de reeks oorkonden van Mariënweerd die door Oppermann, ‘Bijdrage tot de kritiek’, p. 216 e.v., vals zijn verklaard. Hij beschouwde onderhavige bevestigingsoorkonde als een manifeste vervalsing, evenals de oorkonde van Hendrik III, heer van Cuijk, zie hiervoor Van Synghel, DONB, nr. 1245.04.15(na 1244.04.01). De bezwaren van Oppermann tegen de bevestiging zijn door Coldeweij, De heren van Kuyc, 213, verworpen. Deze stelt terecht dat Hendrik III, heer van Cuijk, al eerder afstand had gedaan van zijn deel in het patronaatsrecht en dat zijn opvolger, Jan I, heer van Cuijk, niets meer restte dan een bekrachtiging van die afstand. Er is dan ook geen aanleiding om de echtheid van deze oorkonde in twijfel te trekken.

Tekstuitgave

Onderhavige oorkonde is de naoorkonde van Van Synghel, DONB, nr. 1245.04.15(na 1244.04.01). De tekstdelen die aan deze vooroorkonde (VO) zijn ontleend, staan in een kleiner lettertype. Waar één of meer woorden niet zijn overgenomen in de naoorkonde, is een asterisk gebruikt. Voor de ontleningen aan de vooroorkonde, zie het pdfbestand.

Datering

Uitgaande van het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik en het hertogdom Brabant (zie Camps ONB I, XXI, en Dillo-Van Synghel, ONB II, XVII) kan onderhavige oorkonde nader worden gedateerd tussen 2 april 1260 en 21 april 1261. De termijn waarbinnen de oorkonde is verleend, kan in eerste instantie met zekerheid worden ingeperkt tot de datum van 11 april 1261, aangezien paus Alexander IV op 12 april 1261 de schenking van het patronaatsrecht van Beesd door de graaf van Gelre en de heer van Cuijk bevestigt (Van Synghel, DONB, nr. 1261.04.12). Verondersteld wordt namelijk dat die pauselijke oorkonde verwijst naar de onderhavige oorkonde van Jan I, heer van Cuijk, hoewel noch hij noch de graaf van Gelre bij naam worden genoemd. Hun respectievelijke namen zijn wel opgenomen in een bevestigingsoorkonde van de bisschop van Utrecht d.d. 1267.05.13, waar concreet wordt verwezen naar de oorkonden van Otto II, graaf van Gelre, en Jan I, heer van Cuijk (zie Idem, DONB, nr. 1267.05.13).

Onderhavige oorkonde is hoogstwaarschijnlijk uitgevaardigd in samenhang met de oorkonden waarin Otto II, graaf van Gelre, afstand doet van zijn deel van het patronaatsrecht van Beesd (Van Synghel, DONB, nrs. 1259.07.31(na 1259.07.00) en 1260.05.31(na 1261.05.00)). Vermoedelijk heeft de abdij Mariënweerd, naar aanleiding van de schenking van de graaf, een herbevestiging gevraagd aan de rechtsopvolger van de heer van Cuijk, die al in 1244-1245 afstand had gedaan van zijn deel van het patronaatsrecht dat hij samen met de graaf van Gelre had. Het feit dat Jan I, heer van Cuijk, in onderhavige oorkonde medebezegeling eist van de graaf van Gelre, wijst ook in die richting. Terminus ante quem is dan ook de schenking van het gehele patronaatsrecht van Beesd door de graaf in mei 1260.

Afbeelding 11260.05.29(na1260.04.01)
Volledig scherm

Iohannes,* dominus de Kuc, universis presentem paginam inspecturis salutem in Eo qui est salus aet vita cunctorum.

Noveritis* quod cum pie memorie Henricus, Dei gratia dominus de Kuc, pater noster, ius patronatus ecclesie de Beesde quod commune habebat cum ecclesia Beate Marie in Traiecto et comite Ghelrensipro remedio anime sue et antecessorum suorum ecclesie Sancte Marie in Insula pro parte sua libere contulisset dono perpetuo possidendum, prout in litteris super hoc confectis vidimus plenius contineri, nos similiter saluti anime nostre providere volentes et factum patris nostri laudantes et approbantes dictam collationem predicte ecclesie de Insula Beate Marie per presentes litteras et sigilli nostri munimine confirmamus et volumus eandem collationem a nobis et a nostris successoribus in perpetuum inviolabiliter observari.

Sigillum etiam domini Ottonis, comitis Ghelrie, unacum nostro presentibus postulavimus apponi in testimonium premissorum.

Datum et actum anno dominice incarnationis Mo CCo sexagesimo.

a
qui salus est VO.

Document acties