U bent hier: Home Database Oorkonden

Lijstweergave

Totaal 38 oorkonden
1244 (april 1 - 1245 april 15)

Hendrik III, heer van Cuijk, schenkt aan de abdij Mariënweerd zijn deel in het patronaatsrecht van de kerk van Beesd, dat hij samen met het kapittel van Sint-Marie te Utrecht en de graaf van Gelre heeft.

1260 (april 2 - vóór eind mei 1260)

Jan I, heer van Cuijk, vidimeert en bevestigt de schenking door zijn vader Hendrik III, heer van Cuijk, van diens aandeel in het patronaatsrecht van Beesd aan de abdij Mariënweerd.

1267 mei 13

Hendrik I (van Vianden), bisschop van Utrecht, bevestigt de schenking van het patronaatsrecht van Beesd door Otto II, graaf van Gelre, en Jan I, heer van Cuijk, aan de abdij Mariënweerd.

(1227-1279)

Oorkonde(n) in het bezit van of uitgevaardigd door Arnoud IV, graaf van Loon, in 1291 in het bezit van de heer van Horn. (Deperditum)

1282 februari 6

Willem Ruscho van Linschoten verkoopt met instemming van zijn echtgenote Geertrui aan deken en kapittel van Sint-Marie te Utrecht 26 morgen bouwland te Zemelen onder Werkhoven, die Gerard van Veen, ridder, oom van Geertrui, in leen hield van Jan I, heer van Cuijk, en die als bruidsschat aan haar waren meegegeven. Tevens belooft hij deken en kapittel ervoor te zorgen dat de heer van Cuijk afstand doet van zijn leenheerlijke rechten op dit bouwland

1282 februari 13

Jan, heer van Cuijk, ridder, doet ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Marie te Utrecht afstand van zijn leenheerlijke rechten op 26 morgen bouwland te Zemelen onder Werkhoven, door Gerard van Veen, ridder, van hem in leen gehouden en aan Geertrui, echtgenote van Willem Rusche van Linschoten, als bruidsschat meegegeven.

1286 oktober 31

Jan I, heer van Cuijk, belooft mede namens Jan I, hertog van Brabant, in het conflict met de graaf van Gelre de vijandelijkheden te staken in het land van Kessel, het grondgebied van Rode en het land van Cuijk, met uitzondering van de stad Grave.

1287 juli 7

Walram, heer van Valkenburg, doet met Philippa, zijn echtgenote, ten gunste van Reinoud I, graaf van Gelre, afstand van al het recht dat hun toekomt op bepaalde sommen geld, die wijlen de heer van Cuijk en zijn echtgenote, zuster van genoemde Philippa, hem verschuldigd zijn vanwege de lijftocht van deze. (Deperditum)

1288 oktober

Jan I, hertog van Brabant, belooft naar aanleiding van het conflict over Limburg tussen hem en Reinoud I, graaf van Gelre, de arbitrale uitspraak door de bisschop van Kamerijk na te leven, waarvoor Jan I, heer van Cuijk, zich mede borg stelt.

1289 december 30

Adolf VII, graaf van Berg, vraagt aan Jan I, heer van Cuijk, de aan hem verschuldigde twaalf mark te geven aan Hendrik Vustinc, de brenger van deze brief.

Document acties