U bent hier: Home Database Oorkonden

Lijstweergave

Totaal 22 oorkonden
1200 november 3

Hendrik I, hertog van Brabant, en Dirk VII, graaf van Holland, sluiten een verdrag inzake het land tussen Maas en Schelde, waarbij onder meer de graaf afziet van zijn aanspraken op Breda.

1240 oktober 9

Dirk III, heer van Altena, geeft aan de kaulieten van Sint-Elisabethsdal te Nunhem het derde deel van de tiend van Maasbree met het patronaatsrecht van de kerk aldaar, zeventien bunder land te Stevensweert, een jaarlijkse cijns van twaalf malder graan, een jaarrente van dertig schelling Keuls uit zijn land te Heel en een halve mark uit de kleine tiend van Maasbree voor kleding, een jaarrente van 30 schelling Keuls uit zijn visrecht te Woudrichem voor de aankoop van wijn en 2000 haringen aldaar, een bunder weiland te Kessenich voor het onderhoud van paarden en zijn aandeel in het patronaatsrecht van de kerken van Waldfeucht en Braunsrath. Tevens wijst hij Sint-Elisabethsdal met alle aangehorigheden toe aan de kaulieten, evenals het gehele bos daar dichtbij gelegen en schenkt hun het eeuwig gebruik van het bos Roghelabroc en Ghesthele, en van de gemene gronden van Buggenum, Nunhem, Roggel en Haelen.

1240 november 8

Willem, heer van Horn, hecht samen met zijn broer Engelbert, ridder, zijn goedkeuring aan de schenkingen van Dirk III, heer van Altena, hun oom, aan het klooster Sint-Elisabethsdal te Nunhem.

1240 oktober 9-30 maart 1241

Robert, bisschop van Luik, neemt het klooster Sint-Elisabethsdal (te Nunhem), gevestigd op het allodium van Dirk III, heer van Altena, onder zijn bescherming en bevestigt de eerder door Dirk gedane schenkingen.

1273 maart 16

Jan, heer van Megen, verzoekt aan deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht door middel van een oorkonde hun goedkeuring te hechten aan de verkoop van de opbrengst van de tiend van Megen van zestien jaar, die hij van het kapittel in pacht houdt, aan Hendrik van Uden en Nicolaas Lillart, burgers van ’s-Hertogenbosch.

1274 maart 3

Jan, heer van Megen, zendt zijn bode naar deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht met een pachtsom van drie mark (uit de tiend van Megen) en verzoekt het kapittel goedkeuring te hechten aan hetgeen zijn bode mededeelt over de personen die borg staan bij de verkoop van deze pacht, die voor vijftien jaar is gevestigd en hierover schriftelijk aan hem te berichten.

1274 maart 16

Nicolaas Lillart, Gerard, zoon van Hendrik Graet, de weduwe van Hendrik en de andere zonen van Hendrik Graet, burgers van ’s-Hertogenbosch, verklaren dat zij de tiend van Megen voor een periode van vijftien jaar hebben gepacht van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht tegen een jaarlijkse som van drie mark Keuls en dat zij prior en convent van het Wilhelmietenklooster Porta Celi te ’s-Hertogenbosch als borgen voor de betaling en de betalingsvoorwaarden hebben aangesteld en dit verklaren onder het zegel van prior en convent.

1278 april 22

Hendrik, pastoor van Mierlo, vraagt aan Jan, bisschop van Luik, om de regeling te bekrachtigen die wijlen Reinier, scholaster van Tongeren en provisor van Hendrik III, bisschop van Luik, getroffen heeft in het conflict tussen het klooster Binderen en Hendrik, rector van de kerk van Mierlo, zijn voorganger, inzake de novale tienden en andere rechten.

1282 augustus 29

Reinoud I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, bevestigt als opperleenheer de belening volgens het Zupthens leenrecht door Jan Boc van Meer, ridder, met het goed Houtere te Vlijmen, d.d. 1282 april 22. (Deperditum)

1282 december 12

Reinoud I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, oorkondt dat Willem II, heer van Horn (en Altena) en zijn eerstgeboren zoon Willem, ten behoeve van de abdij van Thorn afstand doet van alle heffingen en beden die hij als voogd van het land van Thorn kan heffen.

Document acties