U bent hier: Home Database Oorkonden

Lijstweergave

Totaal 83 oorkonden
1235 mei 19

Machteld, gravin van Holland, schenkt aan de abdij van Affligem na haar dood een jaarlijkse eeuwigdurende rente van tien pond Leuvens uit haar inkomsten uit Grave.

1236 september 15

Folpert van de Lek komt met Hendrik, heer van Cuijk, overeen dat, indien een zoon geboren wordt uit het huwelijk van Folpert met Margareta, zuster van Hendrik, deze de helft van zijn goederen in Holland zal erven en zal houden van de heren van wie Folpert ze houdt. Indien er een dochter wordt geboren, dan zal zij die helft houden van Folperts oudste zoon. Tevens wijst hij aan Margareta uit diezelfde goederen een jaarlijkse lijfrente toe van honderd pond Hollands en belooft dat de door hem gestelde borgen te Utrecht in leisting zullen gaan ingeval een en ander niet binnen twee jaar en zes weken zal zijn nagekomen.

1254 (april 11 - 1255 maart 27)

Schout en schepenen van Grave oorkonden dat abt en convent van Mariënweerd aan Udo van Loen dertig schelling Leuvens geven in ruil voor de kwijtschelding van tien cijnspenningen die zij aan hem verschuldigd zijn uit goederen te Hal en alle recht dat Udo ten aanzien van hun klooster heeft

1282 augustus 29

Reinoud I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, bevestigt als opperleenheer de belening volgens het Zupthens leenrecht door Jan Boc van Meer, ridder, met het goed Houtere te Vlijmen, d.d. 1282 april 22. (Deperditum)

1284 augustus 3

Brustijn, schepen en vice-schout van Grave, en schepenen van Grave oorkonden dat Hille, dochter van Gozewijn van Mill, haar roerende en onroerende goederen zeven jaar eerder aan de abdij Mariënweerd heeft geschonken en dat zij deze schenking samen met haar voogd, Jan Neve, inwoner van Mill, hernieuwt.

1286 oktober 31

Jan I, heer van Cuijk, belooft mede namens Jan I, hertog van Brabant, in het conflict met de graaf van Gelre de vijandelijkheden te staken in het land van Kessel, het grondgebied van Rode en het land van Cuijk, met uitzondering van de stad Grave.

1290 april 22

Floris V, graaf van Holland, verleent aan de poorters van Grave tolvrijheid in Holland en Zeeland.

1291 mei 1

Jan I, heer van Cuijk, schenkt voor de opvang van de armen in een gasthuis te Grave en de bouw van een altaar aldaar een jaarlijkse rente van twintig pond Leuvens uit zijn cijnzen en tienden te Grave alsmede een jaarlijkse rente van vijf pond van Wellen van Gennep, bestemt vijftien pond daarvan voor het opdragen van de dagelijkse H. Mis op het altaar en wijst de bediening toe aan Hendrik van Grave, zoon van Hubert, priester. Zolang de bouw van het gasthuis niet voltooid is, zal de mis in de parochiekerk te Grave opgedragen worden.

1291 oktober 1

Schepenen van Grave oorkonden dat Gijsbert Drent, priester, van Bruist, burger van Grave, ten behoeve van zijn kinderen een jaarlijkse erfcijns van zes schelling en acht penning Leuvens verworven heeft, rustend op erfgoed te Grave.

1291 oktober 1

Jan I, heer van Cuijk, verzoekt Jan, bisschop van Luik, om zijn goedkeuring te hechten aan de stichting van het gasthuis en het altaar te Grave, zoals vastgelegd in een oorkonde d.d. 1291.05.01.

Document acties