U bent hier: Home Database Oorkonden

nr. 1228.03.24(na 1227.03.24)
1227 (maart 25 - 1228 maart 24)
Oss

Bartholomeus, abt van Echternach, verkoopt op advies van proost en schout van de hof van de abdij van Echternach te Rinderen aan de abdij Mariënweerd een landgoed te Mill, op voorwaarde dat Alard, neef van Albert, levenslang het vruchtgebruik houdt.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschriften

[B]. (vóór 23 mei 1265), niet voorhanden, maar bekend uit een vidimus voor de abdij Mariënweerd d.d. 23 mei 1265, waar een verwijzing staat naar een cartularium: ut supra in isto eodem folio, alsmede uit een vidimus d.d. 1302.05.18: litterarum seriem infrascriptam religiosorum virorum .. abbatis et .. conventus monasterii Beate Marie in Insula, ordinis Premonstratensis, antiquo registro quorundam suorum privilegiorum insertam vidimus. − C. 1346, Brussel, KB, hs. nr. 17904-17906 (= cartularium van Mariënweerd), fol. 72r (oude folio 59r), onder het opschrift: Mylle, en onder de rubriek: De emptione predii in Mylle erga Albertum in [con?], mogelijk naar [B].

Uitgave

a. De Fremery, Cartularium Mariënweerd, 35, nr. 46, naar C.

Regest

Niet voorhanden.

Samenhang

Voor de verkoop door de abt van Echternach van een allodium te Mill, zie Van Synghel, DONB, nr. 1231.12.00(na1209.12.31).

Datering

Het gebruik van de boodschapstijl in het aartsbisdom Trier is verondersteld, zie Camps, ONB I, XX.

Afbeelding 11228.03.24(na1227.03.24)
Volledig scherm

In nomine sancte et individue Trinitatis.

Ego Bartolomeus, Dei miseratione abbas in Afternaco, notum esse volo presentibus et futuris quod ego ecclesie Sancte Marie in Insula, Traiectensis dyocesis, pro XVIII solidis Coloniensibus vendidi quoddam predium quod nostra ecclesia habebat in loco qui dicitur Mille, sub hac forma quod Alardo, nepoti Alberti, ius suum in eodem predio salvum remaneret, scilicet quod ipse in possessione eiusdem predii ad tempus vite sue pacifice resideret, et eo mortuo, ad dictam ecclesiam possessio libere deveniret.

Huic venditoni testes interfuerunt apud villam que dicitur Osse: nobiles viri Theodericus de Batenburch, Theodericus, comes de Megene; sacerdotes: Walterus, decanus de Kuyc, et Alexander, frater eius; et alii plures.

Ut autem hoc quod de consilio prepositi nostri Bertrammi et Rodulphi, sculteti curtis nostre in Rinar, rationabiliter a me gestum est perpetuam sicut iustum est obtineat firmitatem, ego presenti pagina meo sigillo roborata factum hoc utile duxi confirmare.

Datum anno gratie M CC XXVII.


Document acties