U bent hier: Home Database Oorkonden

Lijstweergave

Totaal 24 oorkonden
1222 september

Hendrik I, hertog van Brabant, sluit met Willem van Horn een overeenkomst over de twee betalingstermijnen van 300 mark Keuls die hij hem verschuldigd is voor het allodium Helmond en andere goederen in de Peel en belooft hem inzake de voogdij over goederen van Echternach een leenman te schenken. Dirk III, heer van Altena, staat borg voor de hertog.

1234 december 25 - 1235 december 24

Willem, heer van Horn, stemt in met de toezegging door zijn oom Dirk III, heer van Altena, aan Dirk V, graaf van Kleef, dat het kasteel van Altena zal open staan tegen al diens vijanden, behalve de graaf van Holland, en belooft dit blijvend in acht te nemen.

1242 juni

Hendrik, proost, Wolfram, deken, en het kapittel van Oudmunster te Utrecht geven na de dood van Dirk van Altena aan Willem I van Horn, zijn opvolger in Altena, de goederen (in het land van Altena) die Dirk van hen in pacht hield, tegen een jaarlijkse pacht van 26 mark Keuls. Na de dood van Willem zal zijn wettige erfgenaam tien pond Utrechts betalen voor de ontvangst van deze goederen en de hernieuwing van dit privilege.

1259 maart 21

Willem I, heer van Altena, erkent dat hij de tienden van Woudrichem en Andel en de helft van die van Giessen uit gunst en niet rechtens houdt van proost, deken en kapittel van Oudmunster te Utrecht voor de duur van zijn leven of van dat van de proost, met de bepaling dat proost, deken en kapittel een eventueel tekort in hun overige goederen uit die tienden mogen aanvullen.

1260 juli 27

Dirk, graaf van Kleef, en zijn broer Dirk Loef beslechten op raad van Otto II, graaf van Gelre, Willem, heer van Altena, Dirk, heer van Herlaar, Hendrik van Meerwijk, Bertold, heer van Ooij, Hendrik van de Lek en G. van Hurst het geschil tussen Jan, heer van Heusden, en zijn broers Robert en Hendrik inzake de nagelaten leengoederen van hun vader, waarbij Jan zich de hoge rechtspraak en de dijkschouw te Heesbeen en Doeveren voorbehoudt.

 

1262 oktober 26

Meester Reinier, scholaster van Tongeren, provisor van Hendrik II (van Leez), bisschop van Luik, beslecht de geschillen tussen Willem I, heer van Altena, proost van de kerk van Kortessem, en deken en kapittel van Kortessem.

1263 januari

Otto II, graaf van Gelre, beleent Willem I, heer van Altena, met de tiend, de bijbehorende lage rechtsmacht en het dijktoezicht van Rodengooi en staat hem toe om dit behoudens de hoge rechtsmacht aan de abdij van Villers in cijns over te dragen.

 

1264 oktober 1

Willem I, heer van Altena, en zijn echtgenote Heilwich maken bekend dat zij onder voorbehoud van de hoge rechtsmacht de tiend en goederen te Schalkwijk met het dijktoezicht, eertijds door Dirk Borchman en zijn echtgenote Gisela van hen in leen gehouden, alsmede de helft van de tiend van Rodengooi met de lage rechtsmacht en het dijktoezicht, onder voorbehoud van de hoge rechtsmacht door Otto II, graaf van Gelre, aan Willem en Heilwich in leen gegeven, met instemming van de graaf verkocht hebben aan de abdij van Villers tegen een jaarlijkse cijns van een gouden penning en drie schelling Leuvens, en dat zij eveneens de grond te Schalkwijk, die ridder Arnoud van Giessen van hen in leen hield, samen met de bijbehorende tiend, de lage rechtsmacht en het dijktoezicht overdragen aan de abdij van Villers. Alle genoemde goederen te Schalkwijk en Rodengooi zullen vallen onder het rechtsgebied van Woudrichem.

1265 april 29

Meester Hendrik, deken, en het kapittel van Oudmunster te Utrecht geven na de dood van Willem I, heer van Altena, aan Dirk, zijn zoon, de goederen (in het land van Altena) die Willem van hen in pacht hield tegen een jaarlijkse pacht van 26 mark Keuls. Na de dood van Dirk zal zijn wettige erfgenaam tien mark Keuls betalen voor de ontvangst van deze goederen.

1272 augustus 1

Dirk III, heer van Altena, verklaart dat hij deken en kapittel van Oudmunster te Utrecht niet zal hinderen bij de verkoop van de tiend van Woudrichem, Giessen en Andel.

Document acties