Lijstweergave
- 1306 september 29
-
De heer van Heusden en Hendrik Marienzoon laten de beslechting van hun geschillen over aan Jacob van Mierlaar, Willem van Megen, Hendrik van Gennep, ridders, en Robert van Heesbeen. (Deperditum)
- 1308 april 20
-
Jan I, heer van Cuijk, verklaart dat hij met instemming van zijn echtgenote Jutta, vrouwe van Cuijk, hun zonen Jan en Otto, en zijn kleinzoon Jan van Cuijk aan de inwoners van de parochies van Beugen, Brakel, Cuijk, Linden, Beers, Mill, Escharen en Grave tegen een jaarlijkse erfcijns van tien pond de gemene gronden schenkt, gelegen tussen het rechtsgebied van de heer van Herpen en Jan Boc van Meer tussen de Maas en de Peel, met uitzondering van enkele weidegronden en bossen.
- 1311 juli 8
-
Jan II, heer van Cuijk, beleent Nicolaas, heer van Putten en Strijen, in recht erfleen met de tienden en goederen in het ambacht van Katendrecht, die Jacob van Mierlaar voorheen van hem in leen hield.