U bent hier: Home Database Oorkonden

Lijstweergave

Totaal 61 oorkonden
1282 februari 13

Jan, heer van Cuijk, ridder, beveelt Willem Rusche van Linschoten afstand te doen van 26 morgen bouwland te Zemelen ten overstaan van het gerecht van Werkhoven en de grond toe te wijzen aan de kerk van Sint-Marie te Utrecht.

1285 juli 19

Jan, elect van Utrecht, geeft aan de belanghebbenden toestemming om een dam in de IJssel te Hoppenisse bij het Gein te leggen, waarbij de heer van Cuijk, man van zijn zuster, als medebezegelaar optreedt.

1286 oktober 31

Jan I, heer van Cuijk, belooft mede namens Jan I, hertog van Brabant, in het conflict met de graaf van Gelre de vijandelijkheden te staken in het land van Kessel, het grondgebied van Rode en het land van Cuijk, met uitzondering van de stad Grave.

1287 juli 7

Walram, heer van Valkenburg, doet met Philippa, zijn echtgenote, ten gunste van Reinoud I, graaf van Gelre, afstand van al het recht dat hun toekomt op bepaalde sommen geld, die wijlen de heer van Cuijk en zijn echtgenote, zuster van genoemde Philippa, hem verschuldigd zijn vanwege de lijftocht van deze. (Deperditum)

1288 oktober

Jan I, hertog van Brabant, belooft naar aanleiding van het conflict over Limburg tussen hem en Reinoud I, graaf van Gelre, de arbitrale uitspraak door de bisschop van Kamerijk na te leven, waarvoor Jan I, heer van Cuijk, zich mede borg stelt.

1289 december 30

Adolf VII, graaf van Berg, vraagt aan Jan I, heer van Cuijk, de aan hem verschuldigde twaalf mark te geven aan Hendrik Vustinc, de brenger van deze brief.

1291 februari 11

Walram, heer van Monschau en Valkenburg, en Jan I, heer van Cuijk, bepalen als scheidslieden in het geschil tussen Arnoud, graaf van Loon, en Willem II, heer van Horn en Altena, dat Arnoud gehouden is de oorkonde(n) van zijn grootvader, die de heer van Horn heeft, in acht te nemen.

1291 mei 1

Jan I, heer van Cuijk, schenkt voor de opvang van de armen in een gasthuis te Grave en de bouw van een altaar aldaar een jaarlijkse rente van twintig pond Leuvens uit zijn cijnzen en tienden te Grave alsmede een jaarlijkse rente van vijf pond van Wellen van Gennep, bestemt vijftien pond daarvan voor het opdragen van de dagelijkse H. Mis op het altaar en wijst de bediening toe aan Hendrik van Grave, zoon van Hubert, priester. Zolang de bouw van het gasthuis niet voltooid is, zal de mis in de parochiekerk te Grave opgedragen worden.

1291 oktober 1

Jan I, heer van Cuijk, verzoekt Jan, bisschop van Luik, om zijn goedkeuring te hechten aan de stichting van het gasthuis en het altaar te Grave, zoals vastgelegd in een oorkonde d.d. 1291.05.01.

1292 juni 30

Everard, graaf van de Mark, Jan I, heer van Cuijk, Krafto, heer van Greifenstein, en Lodewijk, plaatsvervangend heer van Rheingau, bepalen in het geschil tussen Jan I, hertog van Brabant, en Adolf, rooms-koning, inzake de goederen van het hertogdom Limburg dat deze binnen veertien dagen aan Jan moeten worden overgedragen met hetzelfde recht als de eerdere hertogen van Limburg die van de keizer hielden. Tevens beloven zij binnen dezelfde periode een beslissing te nemen en af te kondigen over de af te sluiten vriendschapsband tussen beide partijen.

Document acties